Thuisvoordeel bestaat niet!
Oorspronkelijke publicatie ↗ · Bewaarde oorspronkelijke brongegevens (gzip) ↗
In het voetbal wordt er vaak over thuisvoordeel gesproken, maar bestaat thuisvoordeel eigenlijk wel? Want er zijn ook weer ploegen die beter uit preseteren dan thuis. Kun je dan concluderen dat thuisvoordeel niet bestaat? Wetenschappers hebben dit onderzocht.
Engelse wetenschappers
Sandy Wolfson en Nick Neave (Northumbria University, Newcastle) zijn twee Engelse wetenschappers die onderzoek hebben gedaan naar het testosteron gehalte van spelers en of dat verschilt bij een uit of een thuiswedstrijd.
Uit dat onderzoek bleek dat bij trainingen en uitwedstrijden het testosterongehalte op een gemiddeld niveau ligt, terwijl het bij de thuiswedstrijden aanzienlijk stijgt. In een wedstrijd waarin ze tegen sterkere tegenstanders speelden, steeg het niveau zelfs met ruim 60 procent. Terwijl normaal gesproken het stijgingspercentage ’slechts’ 40 procent is.
De twee Engelse wetenschappers denken dat er een link te maken valt met de dierenwereld. “Wij weten dat er een verband is tussen testosteron aan de ene kant en agressie dan wel dominantie aan de andere kant,” verklaart Neave in het tijdschrift New Scientist. De onderzoekers denken dan ook dat de stijging te maken heeft met het feit dat voetballers zich in feite gedragen als beesten, doordat zij het gevoel hebben hun eigen territorium te moeten verdedigen. Keepers en verdedigers Grappig detail is dat de testosteron bij keepers en verdedigers een aanzienlijk hogere stijging had dan bij middenvelders en aanvallers. Hun verklaring hiervoor was dat de verdedigers en keepers een groter verantwoordelijkheid gevoel hebben.
Een combinatie van andere factoren speelt namelijk ook een rol bij de opleving van de testosteronwaarden zoals steun van het thuispubliek, de 'vorm' van de scheidsrechter en het gevoel bij het eigen stadion. Volgens de onderzoekers zorgen de onderdelen afzonderlijk niet voor merkbaar verschil in de mate van het thuisvoordeel, alleen een combinatie van factoren kan daar voor zorgen. Nieuw stadion Volgens een statisticus van de California Polytechnic State University (San Luis Obispo, VS), Richard Pollard, heeft een verhuizing naar een nieuw thuisstadion wel degelijk een negatief effect op de prestaties van de spelers.
Voor het onderzoek vergeleek hij resultaten van de honkbal-, basketbal- en ijshockeycompetities vanaf 1987 tot en met 2000 met gegevens over de huisvesting van de clubs. Hij ontdekte daarbij dat een verhuizing naar een nieuw stadion gemiddeld zo’n 24 procent daling van het thuisvoordeel betekende. Pollard gaat er vanuit dat het resultaat van het onderzoek ook door te trekken is naar andere sporten zoals voetbal, hockey en American football. Duitse wetenschappers Andreas Heuer en Oliver Rubner (Universität Münster, Duitsland) beweren dat er geen thuisvoordeel is. Deze conclusie trokken ze na het bestuderen van 12.000 uitslagen van voetbalwedstrijden uit de Bundesliga, gespeeld tussen 1965 en 2007.
Het grote verschil tussen de Duitse onderzoekers en de Engelse is dat de Duitsers vooral keken naar het aantal gescoorde doelpunten en niet alleen naar winst of verlies. Zo ontdekten zij dat de thuisploegen gemiddeld 0,7 doelpunten per wedstrijd meer scoren, maar dat geen enkele thuisploeg significant beter was dan zijn tegenstanders.
Bron: Marjon Vinck, Sync.nl
Open de volledige museumweergave met reacties en archiefversies ↗