'De propjes zijn belangrijker dan het voetbal'
Oorspronkelijke publicatie ↗ · Bewaarde oorspronkelijke brongegevens (gzip) ↗
Heksenketels: Turkije, Schotland en Argentinië zijn voorbeelden van landen waar je deze ‘beruchte’ voetbalstadiums kunt vinden. Duizenden supporters moedigen hun team op een werkelijk spectaculaire manier aan. Door als één man hun stemmen luidkeels ten gehore te brengen, geven ze het thuisteam een dusdanige spirit mee, dat de 3 punten vooraf al binnen zijn.
De tegenstanders krijgen vaak niet de kans eraan te wennen, want van minuut 1 tot de laatste minuut worden zij als het ware weggeblazen door de fanatieke aanmoedigingen. In Nederland hebben wij dit helaas niet. En met het excuus ‘We zijn een te klein land daarvoor’ komen we niet weg. Het Nederlands voetbalpubliek is gewoon saai.
Nu bezoek ik niet vaak een voetbalwedstrijd in Nederland, maar dat heeft een reden. Als ik in een stadion zit, wil ik ook echt voetbal zien. Maar het enige wat ik te zien krijg, zijn rondvliegende propjes papier, lege (maar soms ook volle!) cola-bekers en opgerolde vlaggetjes. Soms denk ik weleens dat ik blijkbaar de enige gek ben die voor het voetbal komt. Vele anderen zijn met hele andere dingen bezig, onbegrijpelijk. Het wedstrijdje welk zelfgemaakt vliegtuigje het dichtst bij het veld komt of wie het eerst die kale man drie rijen voor je kan raken met een half afgelikte gombal vindt men blijkbaar belangrijker dan het voetbal zelf.
De ploeg aanmoedigen? Ja, alleen als ze de stadionspeaker horen roepen dat er is gescoord, veren ze van hun stoelen op en juichen even, maar al snel daarna wordt de volle aandacht weer geschonken aan de makkelijk verscheurbare programmaboekjes. Soms worden ze ook nog afgeleid door een fluitje op het veld, waarna een paar kreten richting de leidsman worden geroepen om vervolgens weer verder te gaan met de twintigste poging een wave op te zetten, die uiteindelijk weer vier stoelen verder strandt. “3…2…1….jéééééé…….ahh...”
Natuurlijk overdrijf ik iets en zijn er altijd wel bepaalde sfeervakken, die wèl van zich laten horen en die wèl hun ploeg aanmoedigen. Maar ook dat kunnen eigenlijk geen aanmoedigen worden genoemd, want van “Boerruhh” en “Joden” zou ik als speler niet bepaald een stap harder gaan lopen. Mijn ervaring leert mij ook, dat je in een sfeervak maar een miniem deel van de wedstrijd ziet, want het grootste gedeelte hangt er een vlag voor je hoofd, word je naar beneden getrokken of ben je bezig een fakkel te ontwijken.
Nee, wat dat betreft kunnen we beter een voorbeeld nemen aan de Brazilianen, die van de hele voetbalwedstrijd gewoon één groot feest maken. Of aan de Engelsen, die met hun fanatisme een wedstrijdbeeld kunnen doen kantelen. En natuurlijk mondt het daardoor weleens ergens uit in een relletje, maar daar kunnen wij Nederlanders nu wel weer over meepraten!
Ik hoop ook van harte dat de Oranje-fans in Zwitserland en Oostenrijk hier verandering in zullen brengen en dat ze zullen laten zien dat we behalve de oranje kleur ook op een andere manier eensgezind zijn. Laat het een Oranje heksenketel worden.
Mads Bruynesteyn
Open de volledige museumweergave met reacties en archiefversies ↗
