De verandering van het straatvoetbal
Niks is mooier dan straatvoetbal. Het is niet alleen leuk om te doen, maar je wordt er ook nog eens een betere voetballer van. Iedereen heeft het weleens gedaan; op het stoepje voor je huis of in de speciaal aangelegde voetbalkooi. En niet alleen in Nederland wordt het beoefend, in het buitenland…
Oorspronkelijke publicatie ↗ · Bewaarde oorspronkelijke brongegevens (gzip) ↗
Niks is mooier dan straatvoetbal. Het is niet alleen leuk om te doen, maar je wordt er ook nog eens een betere voetballer van. Iedereen heeft het weleens gedaan; op het stoepje voor je huis of in de speciaal aangelegde voetbalkooi. En niet alleen in Nederland wordt het beoefend, in het buitenland is straatvoetbal ook razend populair.
Het hedendaagse straatvoetbal heeft wel een metamorfose ondergaan. Waar men vroeger sprak van ‘poorten’ of ‘een enkelvoudige schaar’, spreekt men tegenwoordig van ‘panna’s’ en ‘akka’s’. Daar komt nog bij dat men in het verleden gewoon tussen de auto’s speelde met de lantaarnpalen als doelen. Tegenwoordig kun je in elke buurt wel een speciale voetbalkooi vinden, met moderne en van aluminium gemaakte doeltjes. Vaak is het veldje zelfs met lijnen aangegeven.
Bovendien zijn de straat‘velden’ tegenwoordig helemaal glad en is er geen scheurtje in het asfalt te vinden. Als je naar de straten van vroeger keek, zag je altijd wel een omhooggeschoten boomwortel of een verkeerd aangelegde stoeptegel. Dit maakte het natuurlijk moeilijker om te voetballen, maar het verbeterde wel je techniek. En daar draait het toch allemaal om: de techniek.
Het gaat er tegenwoordig niet meer om wie de meeste punten scoort, maar wie het beste de tegenstander vernedert. Een panna, de straatnaam voor poorten, werkt goed om iemand een schaamtegevoel te bezorgen. Maar ook als je iemand ‘stuurt’, dus als je iemand een verkeerde kant op laat bewegen, zet je diegene goed voor schut.
Veel huidige profvoetballers hebben leren voetballen op straat. Een bal aannemen, het overzicht behouden, het juiste inzicht gebruiken, duels aangaan en de wil om te winnen zijn voorbeelden van ‘skills’ die je op straat het beste kunt leren gebruiken. Al deze kwaliteiten maken een straatvoetballer tot de perfecte veldvoetballer, mede doordat de ruimtes in het veld groter zijn dan op straat.
Daarom vind ik het soms wel jammer dat het huidige straatvoetbal steeds meer verschilt van het straatvoetbal van vroeger. De veldjes worden steeds groter en er wordt nu zelfs kunstgras gebruikt in plaats van asfalt! Ook het gladstrijken van de velden, wat ik eerder al aangaf, vind ik jammer, want een balaanname is hiermee een stuk gemakkelijker.
Gelukkig zijn er ook veel dingen hetzelfde gebleven: het plezier, het samenspel en de wil om te winnen. Verder zijn veranderingen als een kleinere bal, de hekken om het veld en de lijnen alleen maar positief, want dit bevordert gelukkig wel de voetbalkwaliteiten.
Bovendien worden de trucjes ook steeds moderner en mooier om te zien, wat mede wordt veroorzaakt door voetballers als Ronaldinho, Zlatan Ibrahimovic en Franck Ribéry, die wekelijks nieuwe ‘moves’ introduceren (op een grasveld!) en deze massaal worden nagedaan door de ‘vernieuwde’ straatvoetballers.
Laten we hopen dat door het straatvoetbal de nieuwe Ronaldinho of Henry ontdekt wordt. Daarom zeg ik: blijf vooral straatvoetballen, want straatvoetbal was en blijft volkssport nummer 1!
Geniet nog van deze twee filmpjes:
Open de volledige museumweergave met reacties en archiefversies ↗