Clubliederen zijn gaaf (1)
Oorspronkelijke publicatie ↗ · Bewaarde oorspronkelijke brongegevens (gzip) ↗
Een van de leukste momenten in het voetbalstadion, is naar mijn mening wanneer het clublied aangeheven mag worden. Een groot samenzang van alle aanwezige voetballiefhebbers, jong en oud, man en vrouw.
Het geluid dendert van de tribunes af en valt neer op de spelersgroep. Meestal ondersteund door de stadionluidsprekers om iedereen op de maat te houden.
Vaak zijn de clubliederen al meer dan vijftig jaren oud, maar dat maakt natuurlijk niets uit. Soms een beetje bijgewerkt met een hip muziekje. Of anders door het publiek (of de harde kern) wat aangepast zodat het agressiever klinkt. Maar de liedopbouw, het refrein en de melodie, zit altijd zeer goed in elkaar.
Het clublied als middel om je favoriete voetbalploeg aan te moedigen heeft bij mij de voorkeur boven agressief schelden op de scheidsrechter of de tegenstander. Het creëert ook nog eens hele goede sfeer met de mensen om je heen en het is ook nog eens zeer aanstekelijk.
Een van de oudste clubliederen uit de Nederlandse voetballerij is het clublied van Sparta Rotterdam. Het lied vindt zijn oorsprong in 1909 toen Sparta voor het eerst landskampioen werd en dit gelegenheid was voor een groot feest. Jaap Blazer is de maker van het nummer dat toen; een Marsch voor piano, opgedragen aan de RV en AV Sparta moest heten. Het gaat als volgt:
Rood-Wit is onze glorie Rood-Wit zit ons in ’t bloed Bij neerlaag of victorie In voor- of tegenspoed Rood-Wit gaat nooit verloren En jaren nog hierna Zullen wij laten horen S-P... A-R... T-A...!
Deez'vlag zij is ons heilig Reeds tal van jaren lang Bij Rood-Wit zijn wij veilig Zijn wij voor niemand bang Wij zweren bij die kleuren En zingen hoe 't ook ga Bij wat ook moog' gebeuren S-P... A-R... T-A...!
En zo klinkt het in het stadion:
Hugo Borst zingt ook de Spartamars. Laten we maar hopen dat hij geen zangcarrière ambieert en zich gewoon op het voetballen richt.
Open de volledige museumweergave met reacties en archiefversies ↗