Verwende ventjes
Oorspronkelijke publicatie ↗ · Bewaarde oorspronkelijke brongegevens (gzip) ↗
“Zeg Piet, hoeveel verdien jij nou eigenlijk?” Vraagt Sneijder aan Piet Velthuizen. “Uhm.. vier ton, hoezo?” antwoordt de doelman van Vitesse. “oh, dan verdien ik twintig keer zoveel” krijgt Velthuizen nog te horen, terwijl Sneijder hem de rug toekeert.
Wellicht onschuldig bedoeld, maar Sneijder liet zien hoe verwend voetballers kunnen zijn. En toen Hugo Borst dit verhaal op televisie vertelde, viel mijn mond open. Open van verbazing: Topvoetballers zijn verwende ventjes.
Daar staan ze, elf tegen elf op het veld. Het veld ziet er uit als een biljartlaken. Het is op de millimeter nauwkeurig gemaaid, zo zacht als zijde en groen zoals elk gras zou moeten zijn. Tijdens de wedstrijd trapt de linksbuiten met zijn geelgroene Nikes echter een polletje gras los, om vervolgens na de verloren wedstrijd te zeggen dat het veld niet deugde. Die Linksbuiten is geen voetballer. Het is een acteur. Een acteur die een voetballer speelt. Na de wedstrijd in de schijnwerpers staan, grote villas kopen, het mooiste model als vriendin hebben en minimaal vijf auto’s in je garage hebben. Ook al heb je nog geen rijbewijs, doordat je slechts zeventien jaar oud bent, het hoort bij je rol. Het staat in je script.
Op een biljartlaken kan iedereen een bal aannemen. Je bent pas wereldtop, als je dit op de meest steile helling kunt. Ik zou dan ook een keer een Champions League-finale op een knollenveld willen zien. Een knollenveld onder de modder, met twee houten palen en een lat. Ik wil een kleedkamer met houten bankjes. Geen kleedkamer met leren meubels, bubbelbaden en sauna’s. Voetbal is een eenvoudig spel, dat eenvoudig gespeeld moet worden. Het begint bij passie. Passie voor de club, voor het spel en voor je teammaten. Deze passie is niet te voelen met vijf miljoen per jaar aan salaris. Voetbal is een gevecht voor de eer.
De hele wereld verkeerd in financiële crisis. Real Madrid echter niet. Zij staan dan wel 600 miljoen in de min, maar hebben gewoon dringend een zesde wereldspits nodig. Het gevolg is een extra investering van, in totaal ongeveer, 250 miljoen euro. Daarbij krijgt elke nieuwe aanwinst een astronomisch salaris, om zijn zesde villa mee te kunnen afbetalen. Ook krijgen ze een persoonlijke sponsor. Ik hoor Wesley Sneijder al op straat tegen een willekeurige voorbijganger zeggen: “Goh, heb jij nog last van de economische crisis?” De voorbijganger zal dan iets antwoorden zoals “Ja, ik ben mijn baan kwijt en moest mijn huis verkopen.” Sneijder loopt naar de man toe, en zegt vervolgens: “oh, dan heb ik twintig huizen meer dan jij.” En als de voorbijganger verbouwereerd wegloopt, zal Sneijder hem waarschijnlijk nog naroepen: “..maar Nike bood me in mijn nieuwe sponsorcontract wel twee miljoen minder aan.”
Voetballers zijn veel te verwend geworden. Ze zijn niet meer gemotiveerd voor een vriendschappelijke wedstrijd. Ze denken alleen nog aan de kleur van hun schoenen, de haardracht en de showbizz rond het voetbalcircus. Ze geven niet meer om de club en haar fans. Biedt de aartsrivaal vier ton meer, dan zijn ze weg. Of ze gaan voor een sportief succes naar Qatar en je hoort nooit meer wat van ze. Behalve als ze een andere profvoetballer tegenkomen. Dan kunnen ze die ene vraag weer stellen. Om vervolgens te zeggen dat zij het twintig keer zo goed getroffen hebben met zichzelf.
Mike van Estes
Open de volledige museumweergave met reacties en archiefversies ↗