Uithaal · Blogbericht

Bijgeloof

De één trekt eerst zijn linkerkous aan, de ander slaat zeventien kruisjes voordat de wedstrijd begint. Allemaal in de veronderstelling dat daarmee de punten worden binnen gehaald. Voetballers zijn zo bijgelovig als de gemiddelde persoon in de middeleeuwen. Als zij hun rituelen overslaan, dan verl…

Oorspronkelijke publicatie ↗ · Bewaarde oorspronkelijke brongegevens (gzip) ↗

fabien-bathez_1350983cDe één trekt eerst zijn linkerkous aan, de ander slaat zeventien kruisjes voordat de wedstrijd begint. Allemaal in de veronderstelling dat daarmee de punten worden binnen gehaald. Voetballers zijn zo bijgelovig als de gemiddelde persoon in de middeleeuwen. Als zij hun rituelen overslaan, dan verliezen ze geheid.

Het moet voor trainers slopend zijn. Wil je als Mourinho zijnde de wedstrijd voorbespreken, zitten er veertien spelers in kleermakerszit hun innerlijke ziel te verruimen. Ik zou er na één week al stapelgek van worden. Heb je de hele week besteed aan het uitdenken van de ideale tactiek, maakt je selectie zich meer druk om hun karma.

Twee jaar geleden werd hier een onderzoek naar gedaan. Uit dit onderzoek is gebleken dat maarliefst driekwart van alle topsporters bijgelovig is. Dat betekent dat in een selectie van 23 man er zeventien zijn die speciale rituelen hebben voor elke wedstrijd. Vooral het dragen van geluksondergoed is populair. Zo moest David Beckham in zijn tijd bij Manchester United bijvoorbeeld elke wedstrijd in dezelfde onderbroek spelen. Er zijn daarnaast meerdere gevallen bekend van deze aandoening. In Duitsland is de onderbroek van Robben al tijden hét gespreksonderwerp.

Jackie Charlton had een andere manier om wedstrijden te winnen. Hij betrad elke wedstrijd als laatste het veld. Hij kon aanvoerder worden, maar dat zou inhouden dat hij als eerste het veld op zou moeten. Je moet er niet aan denken toch? Verschrikkelijk. De gedachte alleen al om als eerste het veld op te moeten. Stel overigens dat iedereen dit bijgeloof zou hebben. Dan zou je nooit aan spelen toekomen.

Het zijn echter niet alleen de spelers die deze methodes hanteren. Raymond Domenech, de halve zool die verantwoordelijk is voor het nationale team van Frankrijk, stelt zijn team samen op basis van sterrenbeelden. Schorpioenen zijn uit den boze. Leeuwen mogen daarentegen wel in de selectie zitten, maar wel met mate. Robert Pires was hier de dupe van. Hij is schorpioen en kwam daardoor niet in aanmerking voor het WK. Ook al speelde hij geweldig voor zijn club.

In Afrika flansen ze de hele kleedkamer onder de toverdrank, slapen ze naakt in de jungle en urineren ze over de wedstrijdbal. Vaak helpt dat niet, omdat de tegenstander dat ook doet. Er is dan ook een geval bekend waarbij een heel team geschorst werd, omdat ze met z’n allen op het veld hun broek naar beneden deden. In plaats van de drie punten die ze voor ogen hadden, konden ze een jaar lang toekijken vanwege een schorsing.

Goed, bijgeloof dus. Ik moet er niet veel van hebben, maar als het dan tóch moet, dan moet het zo extreem mogelijk. Dat een speler voor elke wedstrijd zich volgens een speciaal schema moet aankleden, drie keer overnieuw. Om vervolgens de hele CD van Dries Roelvink af te spelen in de kleedkamer. Om daarna al plassend de elftalfoto van de tegenstander op te eten, waarna hij een pizzaatje bestelt en wedstrijdbal swaffelt.

Dan wordt bijgeloof leuk. Je medespelers worden er op den duur krankzinnig van en je schiet er geen moer mee op, maar je blijft ermee doorgaan. Totdat het één keer wel werkt. Dan kun je tegen iedereen zeggen: “Zie je wel, ik heb gelijk.” Voor alle andere vormen van bijgeloof zou ik willen zeggen: Spelers horen niet bijgelovig te zijn, want bijgeloof brengt ongeluk.

Open de volledige museumweergave met reacties en archiefversies ↗